Subscribe to our newsletter

Taal

Hondenliefhebber Eerelman

Dog lover Eerelman

Eerelman (Groningen 1839-1926 Groningen) was als kind al geïnteresseerd in tekenen en een dierenliefheber. Zijn ouders waren van eenvoudige komaf en de jonge Otto was een kind met een zwakke gezondheid en kreeg daarom veelal thuisonderwijs. Op 15 jarige leeftijd kreeg hij bij Minerva tekenles voor kinderen. Na de middelbare school begon hij aan een notarisopleiding maar ging op 21-jarige leeftijd toch naar kunstacademie Minerva. Daarna vertrok hij naar Antwerpen en ging in de leer bij Lourens Alma Tadema.

Zijn klassieke schilderijen, met onderwerpen als klederdrachten en huiskamers, leverden hem genoeg geld op om zich uiteindelijk als zelfstandig kunstschilder te kunnen vestigen. Zijn eerste hondenportret maakt hij al eerder (omstreeks 1872), maar vanaf de jaren tachtig van de negentiende eeuw ligt zijn focus op het portretteren van dieren. Hiermee heeft Otto Eerelman veel succes. Hij wordt vooral gewaardeerd om de natuurgetrouwe manier waarop hij honden en paarden weergeeft. De anatomie van de dieren is levendig en levensecht. De stofuitdrukking van de vachten is meesterlijk.

Na een omzwerving via Parijs en opnieuw Brussel, vestigde hij zich met zijn vrouw in Den Haag. Hij raakte er bevriend met de kunstschilders Jozef Israëls en Hendrik Willem Mesdag met wie hij samen een belangrijke rol speelde in het Kunstlievend Genootschap (dat in 1838 werd omgedoopt in Pictura). Hij kreeg opdrachten van het Koninklijk Huis zoals een groot, indrukwekkend werk  van koningin Wilhelmina te paard op de Renkumse heide. Dit werk hangt nu nog steeds op ’t Loo. De laatste opdracht die Eerelman van de Oranjes kreeg, was die om takshond Helga - de hond van prins Hendrik - en haar pups vast te leggen, waarover de Oranjes blijkbaar minder tevreden waren.

De kunstenaar had een hondenpension aan huis waar hij zijn modellen goed kon observeren. Hij schilderde vooral de grotere rassen als de Mastiff, de Borzoi en de Sint-Bernard maar ook raspaarden. In Nederland was Henriette Ronner-Knip de eerste die de hond als zelfstandig onderwerp introduceerde. De nieuwe rijken wilden met deze honden pronken en laten zien dat ze vermogend waren en daar profiteerde Eerelman dus ook van.

In 1907 keerde hij als gevierd kunstenaar terug naar Groningen en kreeg al snel de bijnaam ‘de Noordelijke Rembrandt’. Er is een straat naar hem vernoemd en in het stadhuis van Groningen hangt het levensgrote schilderij ‘De paardenkeuring op de Grote Markt op 28 augustus’. Het is een hommage om het ontzet van de stad op 28 augustus 1672 te herdenken, in opdracht van het gemeentebestuur.

In 1914 was Eerelmans werk te zien op de Biënnale, een tweejaarlijkse tentoonstelling van actuele beeldende kunst ondanks dat ‘Eerelman geen vernieuwer was en al helemaal niks moest hebben van het expressionisme. Eerelman bleef schilderen tot hij in 1926 op 86-jarige leeftijd overleed; heel toepasselijk was het laatste schilderij er een met Sint Bernhard puppies als onderwerp.

Vorig artikel