Subscribe to our newsletter

Taal

Gerard Hordijk

Gerard Hordyk

Gerardus Hordijk (Den Haag 1899 – 1958 Amsterdam) was een Nederlandse graficus, illustrator, decorontwerper en schilder. Gerard studeerde bouwkunde in Delft en bezocht tegelijkertijd de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, waar hij onder meer les kreeg van Willem van Konijnenburg. Beide studies heeft hij met succes afgerond.

Al in 1925 begon Piet Boendermaker met de aankoop van zijn werken. Boendermaker kocht destijds ook werken van andere Frans georiënteerde schilders als Jos Croin, Charles Eyck, Raoul Hynckes, Otto van Rees en Toon Kelder. In 1927 woonde hij in Parijs in hetzelfde gebouw waar Mondriaan woonde aan de Rue du Départ, en hij schilderde zelfs Mondriaans portret. In zijn eerste jaren in Parijs maakte hij talloze olieverfschilderijen, gouaches en aquarellen, met scènes als het circus en ballet. Als schilder onthulde hij vaak zijn identiteit als tekenaar, door lijnen in zijn doeken te verwerken, waarbij hij zelden uitsluitend op kleur en penseelstreek vertrouwde. Kleur werd vooral decoratief gebruikt en had weinig expressieve waarde. Het is duidelijk dat Hordijk meer tekenaar dan schilder was.

Hij werd sterk beïnvloed door het werk van Henri Matisse en Raoul Dufy. In Parijs ontwikkelde Hordijk zijn eigen stijl. Zijn vroege werken waren donker met overvloedige okers, terwijl hij met zijn latere werk eenvoud en sereniteit bereikte. Hij schilderde talloze strandtaferelen met badende vrouwen, kermissen, theater, dans en circussen. Gedurende deze periode behaalde hij meer succes dan Mondriaan. Hordijk absorbeerde invloeden uit verschillende kunststromingen, waarbij hij  alleen die aspecten incorporeerde die bijdroegen aan zijn eigen visie. Zijn worsteling om aan diverse invloeden te ontsnappen en zijn unieke beeldtaal te vinden, is terug te vinden in zijn oeuvre.

In 1929 ontmoette Hordijk zijn vrouw, de Amerikaanse Margaret Mathews, met wie hij in 1931 hun eerste kind kreeg: John Gerard. In 1935 vertrok Hordijk vanuit Parijs naar Amsterdam. Hij exposeerde regelmatig, verkocht goed en ontwierp decors en kostuums voor verschillende belangrijke toneelstukken, waaronder Vondels 'Lucifer' in 1935, 'Liluli' in 1937 en de opera 'Le donne curiose' in 1938.

In 1936 trad Hordijk toe tot de redactie van het tijdschrift 'Kroniek van hedendaagsche Kunst en Kultuur' (KKK). Hij sloot een vriendschap met Ir. MH Damme, de CEO van Werkspoor, die hem tal van opdrachten voor Werkspoor en andere bedrijven voorzag. In 1939 gaf de gemeente Amsterdam Hordijk de opdracht om muurschilderingen te maken in de Stadsschouwburg en het Concertgebouw.

In maart 1940 voer het gezin, net als Mondriaan, aan boord van de MS Zaandam naar New York, omdat ze hun toevlucht zochten tegen de oorlogsdreiging. De twee schilders ontmoetten elkaar regelmatig en hielden contact via kleine briefjes. Hun enorm verschillende artistieke opvattingen stonden een levenslange vriendschap niet in de weg.

In New York organiseerde Hordijk regelmatig groepstentoonstellingen waaraan verbannen Europese kunstenaars gratis deelnamen. Met de opbrengsten uit de verkoop van schilderijen steunden ze zo kunstenaars in Europa die te kampen hadden met tekorten aan schildermaterialen. Hordijk kreeg een opdracht voor vier grote muurschilderingen op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties en kreeg veel lof. In 1943 werd hij uitgenodigd voor een solotentoonstelling in de gerenommeerde galerie Wildenstein.

In 1943 overleed zijn achtjarige dochter tijdens een zeiltocht op de Hudson, en in het voorjaar van 1944 overleed zijn goede vriend Piet Mondriaan. Zijn huwelijk werd in de daaropvolgende jaren steeds moeizamer. In 1948 keerde Hordijk alleen terug naar Amsterdam. Zijn ex-vrouw en zoon, nu Amerikaans staatsburger, bleven in Amerika.

In Amsterdam betrok hij een atelier aan de Kromme Waal nr. 17, waar hij tot aan zijn dood woonde. Ondanks de afnemende belangstelling voor figuratieve kunst zat Hordijk niet zonder werk. Voor (wederom) Werkspoor, het Holland Festival, De Jaarbeurs, de presidentiële treinwagon van Juan & Evita Perron, diverse ministeries en Puem maakte hij (wand)decoraties.

Hordijk sloot zich ook aan bij de Hollandse Aquarellistenkring, opgericht door Otto de Kat en Kees Verwey als tegenwicht voor abstracte en experimentele schilders. Hij werd illustrator voor het populaire kindertijdschrift Kris Kras en redactielid van Kroniek van Hedendaagsche Kunst en Kultuur.

In 2006 ontdekte de Utrechtse kunsthandelaar Marcel Gieling het vrijwel complete collectie van Hordijk in een verlaten villa in Armonk, 60 kilometer ten noorden van Manhattan. Het bevatte honderden schilderijen, aquarellen en talloze brieven van en naar Piet Mondriaan, Jan Wiegers, Frits Klein, Adriaan Lubbers en Germ de Jong.

Voor meer informatie kunt u de monografie 'Gerard Hordijk, een kleurrijk schilder' van Marcel Gieling lezen, uitgegeven door Optima.

Vorig artikel Volgend artikel