Subscribe to our newsletter

Taal

Modernist Jan Sluijters

Modernist Jan Sluijters

Jan Sluijters (Den Bosch 1881-1957) is de meester van het Nederlands modernisme. Een opmerkelijk aspect van Sluijters werk is de diversiteit van stijlen en onderwerpen die hij behandelde. Van kleurrijke fauvistische landschappen tot de geometrische composities van het kubisme, en van portretten tot politieke prenten. Sluijters liet zien dat hij zich kon aanpassen aan verschillende kunstvormen en onderwerpen. Samen met Piet Mondriaan en Leo Gestel vormde Sluijters de voorhoede van het zinderende luminisme en is hij naast Van Gogh en Bosch een van de drie grootste kunstenaars van Brabant.


Dat Sluijters over tekentalent beschikte, werd al snel duidelijk. Als kleine jongen keek hij de kunst af bij zijn vader, een graveur die veel opdrachten thuis uitvoerde. Het bleek de perfecte leerschool, want binnen de kortste keren zat hij op de Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende kunsten. Op zijn 13de verhuisde de jonge Sluijters samen met zijn ouders en drie zussen naar Amsterdam. Het bleek dé plek om zijn carrière als kunstschilder van de grond te krijgen. Vanuit de hoofdstad bezocht de jonge kunstenaar Italië, Spanje en Frankrijk, maar hij keerde steeds terug naar Amsterdam waar hij zich ontwikkelde tot een ongekende vernieuwer van de Nederlandse schilderkunst. In 1904 won hij de Prix de Rome met zijn schilderij in een academische stijl met de titel: 'De profeet Elisa wekt de zoon der Sunamitische vrouw tot leven';. Hij kreeg een beurs van 1200 gulden per jaar.

 

Sluijters, net getrouwd met Bertha Langerhorst maakt een reis door Italië en Spanje om daarna, samen met schildervriend Leo Gestel, voor een jaar in Parijs neer te strijken. In Parijs maakte hij kennis met het fauvisme (een kunststroming waarbij felle kleuren de boventoon voeren) en was meteen verkocht. Sluijters bewonderde het vrije kleurgebruik en de lichteffecten van de impressionistische schilders en zelf wilde hij niets liever dan 'licht-schilderen' weg van de donkere tinten van de academie. Hij verwerkte de moderne, 'wilde' invloeden in zijn werk en verloor daarmee zijn studiebeurs omdat het niet voldeed aan de regels van de academie van Allebé en Willem Maris en te vulgair zou schilderen. Geheel onterecht, vond hij zelf.


In Parijs maakte hij werken rondom het losbandig nachtleven, waarvan hij zelf ook genoot, zoals te zien is in zijn werken zoals Femmes qui s'embrassent en Bal Tabarin. Het (nieuwe) Elektrische licht zorgde voor ongekende fonkeling. Ook in zijn schilderijen. Het licht werd gevangen. Eenmaal terug in Nederland gaf Sluijters zijn Parijse ervaringen nog meer kleur in zijn impressionistische werken rondom Amsterdam, waarmee hij de ontwikkeling van de moderne kunst in Nederland een gigantische (kleur)impuls gaf. Sluijters en Mondriaan trekken veel met elkaar op en op de St. Lucastentoonstelling van 1908 in het Stedelijk Museum hangen ze broederlijk naast elkaar.


In 1909 keerde Sluijters kort terug naar zijn bakermat Brabant; naar het kunstenaarsdorp Heeze. Hij schilderde boerderijen, boslaantjes en idyllische boomgaarden in fijne toetsen en kleurnuances. In zijn landschappen experimenteerde hij juist weer uitvoerig met licht en kleur. Die nadruk op het vangen van licht en kleurkracht werd op dat moment bekend als het luminisme. Sluijters drukte zijn gevoel uit in kleur, maar bleef trouw aan de realiteit. Typerend voor zijn Brabantse periode waren de blauwgroene en paarse kleuren.

Van 1909 tot 1911 woonde en werkte Sluijters in Villa Vita in Laren waar hij veel landschappen schilderde en volop experimenteerde met kleuren. Hij bleef bewust weg bij de schapen en weefsters die traditionele Larense schilders als onderwerp kozen. Samen met Piet Mondriaan, Leo Gestel en Conrad Kickert, Cees Spoor en Jan Toorop richt hij in 1910 de Moderne Kunstkring op. Deze kring toonde werk van de buitenlandse avant-garde in Nederland en reageerde zo op het traditioneel ingestelde Arti et Amicitiae. In 1911 verhuisde hij naar Amsterdam en bezocht hij met Leo Gestel opnieuw Parijs en experimenteerde met het kubisme. De werkelijkheid werd opgeknipt in stukjes en als spiegel van de werkelijkheid weergegeven. De lijnen werden ook harder. En waar vriend Mondriaan steeds abstracter ging werken behield Sluijters zijn figuratieve realistische weergave. Ook kwam hij daar in contact met Kees van Dongen.

Geïnspireerd door het late werk van Vincent van Gogh start Sluijters in 1913-1914 met het schilderen van zijn meest abstracte schilderijen, de befaamde oktoberzonnen en maannachten. Losse verftoetsen worden vervangen door grotere, in elkaar grijpende kleurvlakken in blauw, oranje en zacht violet en vloeiende contouren. Deze werken, die met hun niet naturalistische kleurgebruik en abstrahering van vormen van een grote zeggingskracht getuigen, worden als het meest moderne werk van Sluijters beschouwd. In deze jaren neemt Sluijters ook actief deel aan het verenigingsleven in Amsterdam. Hij exposeert bij de Moderne Kunstkring st. Lucas, waar hij jurylid is en komt diverse malen in botsing met het conservatieve genootschap Arti et Amicitiae. In 1912 en 1913 worden overzichtstentoonstellingen van zijn werk gehouden in Rotterdam en Den Haag. Sluijters was wellicht in eerste instantie een tekenaar. In en voor de oorlog maakte hij voor diverse bladen politieke prenten. Na de oorlog is hij wellicht iets braver geworden maar hij bleef produceren. En was eigenlijk steeds op zoek naar zijn stijl en de perfectie. De ontwikkelingen in de kunst gingen in zijn tijd en daarmee kon hij mede vormgeven en voorloper zijn in de moderne schilderkunst. Hij bleef zoeken en produceerde zoveel dat er zeker ook mindere werken tussen zijn grote oeuvre zitten. Regelmatig werkte hij ook jaren later zijn kunstwerken nog even bij.

Het tweede deel van Sluijters schildersleven, na 1920, werd gekenmerkt door een gematigd impressionistische, figuratieve stijl. Het was de tijd waarin hij gold als dé portretschilder van
Nederland. Vooral zijn vrouwen- en kinderportretten waren erg geliefd. ‘Een mooie vrouw is als een mooi boeket’. Hij portretteerde ook veel vooraanstaande mensen. Met politici, industriëlen, musici, toneelspelers en kunstverzamelaars had de schilder een interessante en rijke klantenkring opgebouwd. Vaak in opdracht en in een typische kleurrijke stijl ving hij de karakters. Ook zijn (tweede) vrouw Greet van Cothen en zijn kinderen Loes, Jan, Rob en Lies liet hij met plezier poseren. Het integreerde hem om de huid van zijn modellen in kleurtinten te vangen en niet zelden gebruikte hij geel en blauw als toets voor de blanke mensen en groen, bruin en oranje voor de getinte portretten zoals Tonia, de secretaresse van minister Wibaut, vakbondsleidster en schildermodel. Sluijters wordt beschouwd als de vernieuwer van de Nederlandse schilderkunst aan het begin van de 20e eeuw. Zeker in de periode van 1906-1916 maakte hij zeer vernieuwend werk. Zijn experimenten met verschillende kunststromingen, waaronder het fauvisme en het kubisme, hebben bijgedragen aan het introduceren van moderne en avant-gardistische ideeën in de Nederlandse kunstscene. Zijn durf om traditionele grenzen te doorbreken en te experimenteren met kleur en vorm maakte hem een van de belangrijkste modernisten. Een consistente ontwikkeling naar een eigen stijl heeft Sluijters niet doorgemaakt, wat ook meteen aangeeft waarom Mondriaan wereldberoemd is geworden en Sluijters niet. De grootste verdienste van Sluijters is dat hij het modernisme en kleur en licht naar Nederland bracht.

Zijn werk vind je nu in alle grote musea van Nederland voor de moderne kunst. Zijn Brabantse periode vind je in het Noord Brabants Museum, Singer heeft een grote collectie en ook het stedelijk heeft werken van hem. Sluijters had met zijn werk grote invloed op de Amsterdamse impressionisten, later de Cobra beweging, met zijn feestelijke niet bestaande kleuren, maar via Gestel ook op de Bergense School.

Jan Sluijters-1906-Spaanse danseres-Singer
Jan Sluijters-1906-Spaanse danseres-Singer
Sluijters-1907- Bal Tabarin-rkd
Jan Sluijters-1907- Bal Tabarin-rkd
 1910-Oktoberzon-Singer
1910 Oktoberzon-Singer
Bos
Bos
Sluijters-1912-Maannacht-IV
Sluijters-1912-Maannacht-IV
Jan Sluijters-1912-Cubist still life with vases from Delft-rkd
Jan Sluijters-1912-Cubist still life with vases from Delft-rkd
 
Jan Sluijters-1913-Composition de fleurs-Singer
Jan Sluijters-1913-Composition de fleurs-Singer
 
1913-Interieur-Singer
1913-Interieur-Singer
Jan Sluijters-1916-Staphorst-RKD 1916
1916-Staphorst-RKD
 
Jan Sluijters-1929-liesje is jarig-nbm
1929-Liesje is jarig-NBM
Jan Sluijters-1946- The joy of painting-rkd
Jan Sluijters-1946- The joy of painting-rkd 
 
Vorig artikel Volgend artikel